- kruiden
Salvia
Dagga
Kratom
Marahuanilla
Kanna
Woodrose
THEE KRUIDEN
SALVIA DIVINORUM
Salvia divinorum is een plant uit de lipbloemenfamilie (Lamiaceae).
De plant komt niet in het wild voor. Het is een cultigen van de
Mazatec-indianen in de Oaxaca bergen in Zuid-Mexico, die de plant op
geïsoleerde, vochtige en geheime plaatsen kweken voor gebruik
door hun sjamanen.
WILD DAGGA
Leonotis leonorus wordt ook wel 'wild dagga' (wilde cannabis) of
'leeuwestaart' genoemd. De Leonotis leonorus plant produceert naast
zijn aromatisch blad ook de bijzondere rode ‘leeuwestaart'
bloemen, deze bloemen en bladeren geven bij gebruik een ontspannend en
open gevoel “vergelijkbaar met cannabis”.
KRATOM
Kratom is een psychoactieve boom met veel verschillende
gebruiksmogelijkheden. Door de narcotische werking is Kratom de laatste
tijd bijzonder populair geworden. Traditioneel werd kratom echter
alleen gebruikt in Thailand en in sommige delen van Maleisië.
Naast kratom (of krathom) is het ook bekend onder de namen ithang,
kakuam, en in het zuiden, thom. In Maleisië wordt het ketum of
biak genoemd. Het traditionele gebruik gaat zover terug, dat het begin
ervan niet kan worden vastgesteld.
MARIHUANILLA
(Leonurus sibiricus)
De Leonurus sibiricus is ook bekend als Siberisch Hartgespan of
Marihuanilla. De plant is een struik die wel 2 meter hoog kan worden en
wordt al eeuwen gebruikt in de traditionele geneeskunst van
Azië vanwege de ontspannende en rustgevende werking.
Ook wordt Marihuanilla gebruikt bij potentieproblemen, ongemakken bij
menstruatie en lichte kneuzingen. In Zuid-Amerika en Mexico wordt het
kruid, alleen of gemengd met andere kruiden, vaak gebruikt als
marihuanavervanger. Daarom wordt de plant in daar ook wel
"marihuanilla", letterlijk vertaald 'kleine marihuana'
genoemd.
KANNA
(Sceletium Tortuosum)
Kanna is een Zuid-Afrikaans kruid. De hottentotten stam snoven, kauwden
en rookten de gefermenteerde en gedroogde bladeren van het kruid
meestal in combinatie met cannabis. Het gebruik van de Kanna stond nauw
in verbinding met de jacht op de eland antilope die ook Kanna wordt
genoemd.
Dit voor de bosjesensen heilige dier is een veel voorkomend element in
Zuid-Afrikaanse grotschilderingen. Met de komst van de Nederlanders in
Zuid-Afrika, veranderde de naam Kanna in Kougoed. Er bestaat nog steeds
een plek in de Karroo dat Kannaland heet, waar de plant vroeger veel
voorkwam.
HAWAIIAN BABY
WOODROSE (Argyreia nervosa)
De Hawaiian baby woodrose (Argyreia nervosa) behoort samen met de
morning glory tot de convolvulaceae familie. De zaadjes van deze plant
bevatten een natuurlijk tryptamine, LSA (Lysergisch amidezuur) dat zeer
nauw verwant is met LSD. De zaadjes kunnen worden gegeten of er kan
thee van worden gezet. De effecten zijn enigszins vergelijkbaar met
LSD, maar minder intens en er zijn minder visuele aspecten. Een
Hawaiian baby woodrose trip duurt 6 tot 8 uur. Na de trip kan men nog
tot 12 uur daarna een rustig en mellow gevoel over zich heen krijgen.
Slaap daarna is diep en verkwikkend, hoewel sommige mensen een kater
eraan overhouden in de vorm van een wazige blik en duizelingen.
Kratom,
Salvia, Dagga, Kanna, Hawaiian Baby Woodrose en Marihuanilla thee.